Page content

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst kan alleen plaatsvinden door een rechter. Noch de werkgever noch de werknemer kan de arbeidsovereenkomst zelf ontbinden. Zowel de werkgever als de werknemer kan de rechter verzoeken om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De rechter wijst een dergelijk verzoek toe of af.

Als de rechter het verzoek toewijst en de arbeidsovereenkomst dus ontbindt, bepaalt de rechter met ingang van welke datum de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Dan beslist de rechter ook direct of een vergoeding wordt toegekend en zo ja, hoe hoog die vergoeding is. Het is dus niet nodig om hiervoor een afzonderlijke procedure te voeren.

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst kan op de volgende twee gronden plaatsvinden:

  • ontbinding wegens gewichtige redenen;
  • ontbinding wegens wanprestatie. 

Bij het bepalen van de ontslagdatum houdt de rechter in principe geen rekening met een opzegtermijn en evenmin met een aanzegtermijn. De opzegtermijn en de aanzegtermijn horen namelijk niet bij de ontbinding van de arbeidsovereenkomst, maar bij de opzegging van de arbeidsovereenkomst.

De opzegverboden gelden evenmin onverkort. De arbeidsovereenkomst wordt immers niet opgezegd. Wel gaat de rechter in het kader van een ontbindingsprocedure wegens gewichtige redenen na of het ontbindingsverzoek verband houdt met het bestaan van een opzegverbod. Dit wordt de reflexwerking van de opzegverboden genoemd.

In deze kennisbank ontslag vindt u informatie over het oude ontslagrecht. Wilt u meer weten over het ontslagrecht vanaf 1 juli 2015? Raadpleeg dan onze kennisbank “ontslagrecht vanaf 1 juli 2015“. Als u de voorkeur geeft aan een korte samenvatting van de wijzigingen van het ontslagrecht vanaf 1 juli 2015 dan vindt u deze in het blog `wijzigingen ontslagrecht vanaf 1 juli 2015`.

Wij hebben de inhoud van de kennisbank “ontslagrecht vanaf 1 juli 2015” opgenomen in een e-book. Wilt u dit e-book downloaden? Download gratis het e-book ontslagrecht vanaf 1 juli 2015.