Page content

Fictieve opzegtermijn

De fictieve opzegtermijn brengt over het algemeen mee dat het van belang is dat de vaststellingsovereenkomst uiterlijk de laatste dag van de kalendermaand schriftelijk wordt overeengekomen.

Fictieve opzegtermijn

De fictieve opzegtermijn is de periode waarin de werknemer in principe nog geen recht heeft op een WW-uitkering. Dit betreft een soort wachttijd. Als niet schriftelijk is overeengekomen dat wordt afgeweken van de wettelijke regel dat de arbeidsovereenkomst slechts tegen het einde van de maand kan worden opgezegd, de zogenaamde aanzegtermijn, dan gaat de fictieve opzegtermijn (de wachttijd voor de WW-uitkering) lopen vanaf de eerste dag volgend op de laatste dag van de maand waarin de vaststellingsovereenkomst schriftelijk is overeengekomen.

Fictieve opzegtermijn is opzegtermijn werkgever

De fictieve opzegtermijn is gelijk aan de duur van de opzegtermijn die de werkgever in acht had moeten nemen als de werkgever de arbeidsovereenkomst had opgezegd. Omdat de werkgever de arbeidsovereenkomst niet opzegt, maar de arbeidsovereenkomst eindigt met wederzijds goedvinden is geen sprake van een opzegging en dus niet van een opzegtermijn. De opzegging en de opzegtermijn betreffen een fictie. Daarom wordt de term`fictieve opzegtermijn` gehanteerd.

Opzegtermijn werkgever

Als de opzegtermijn van de werkgever bijvoorbeeld vier maanden zou bedragen en op 31 maart van enig kalenderjaar de vaststellingsovereenkomst schriftelijk wordt overeengekomen, dan heeft de werknemer in principe (ervan uitgaande dat de werknemer aanspraak heeft op een WW-uitkering) met ingang van 1 augustus van datzelfde kalenderjaar recht op een WW-uitkering.

Afwijking wettelijke aanzegtermijn

Als wel schriftelijk is overeengekomen dat wordt afgeweken van de wettelijke regel dat de arbeidsovereenkomst slechts tegen het einde van de maand kan worden opgezegd, dan gaat de fictieve opzegtermijn lopen de dag na de dag waartegen opgezegd mag worden. Als bijvoorbeeld tegen iedere dag mag worden opgezegd, gaat de fictieve opzegtermijn lopen de dag nadat de vaststellingsovereenkomst schriftelijk is overeengekomen.

Voorbeeld afwijking wettelijke aanzegtermijn

Wanneer de vaststellingsovereenkomst bijvoorbeeld op 2 april van enig kalenderjaar schriftelijk wordt overeengekomen, heeft de werknemer – als schriftelijk is overeengekomen dat in afwijking van de wettelijke aanzegtermijn de arbeidsovereenkomst tegen iedere dag mag worden opgezegd – in principe met ingang van 3 augustus van datzelfde kalenderjaar recht op een WW-uitkering. De fictieve opzegtermijn is immers op 3 april van dat kalenderjaar gaan lopen.

Voorbeeld wettelijke aanzegtermijn

Als in diezelfde situatie niet schriftelijk was overeengekomen dat wordt afgeweken van de wettelijke regel dat de arbeidsovereenkomst slecht tegen het einde van de maand kan worden opgezegd, zou de werknemer pas met ingang van 1 september van datzelfde kalenderjaar recht hebben gehad op een WW-uitkering. In dat geval zou de fictieve opzegtermijn immers pas zijn gaan lopen met ingang van de eerste dag na de laatste dag van de kalendermaand, waarin de vaststellingsovereenkomst schriftelijk is overeengekomen. Ofwel met ingang van 1 mei van datzelfde kalenderjaar.

In deze kennisbank ontslag vindt u informatie over het oude ontslagrecht. Wilt u meer weten over het ontslagrecht vanaf 1 januari 2016? Raadpleeg dan onze kennisbank “nieuwe ontslagrecht“.

Wij hebben de inhoud van de kennisbank “nieuwe ontslagrecht” opgenomen in een e-book. Wilt u dit e-book downloaden? Download gratis het e-book “ontslagrecht 2016“.