Page content

Substantiëringsplicht

De substantiëringsplicht houdt in dat een procespartij in het eerste processtuk niet alleen het eigen standpunt dient weer te geven. Ook de verweren die de wederpartij daartegen heeft aangevoerd en de gronden daarvoor dienen te worden weergegeven.

De procespartij geeft tevens aan waarom de verweren van de wederpartij en de gronden daarvoor volgens hem of haar niet zouden opgaan.

De verplichting geldt slechts voor zover de verweren van de wederpartij en de gronden daarvoor bekend zijn.

Van de procespartij wordt niet verlangd dat alle denkbare verweren en de gronden daarvoor worden vermeld en besproken. De substantiëringsplicht geldt slechts voor de door de wederpartij aangevoerde verweren en gronden daarvoor.

Als de wederpartij geen verweren heeft aangevoerd en/of geen gronden daarvoor heeft aangevoerd, dan kan worden volstaan met de mededeling dat de wederpartij geen verweren en/of gronden heeft aangevoerd.

Doel substantiëringsplicht

Het doel van de substantiëringsplicht is om de rechter en de wederpartij zo snel mogelijk de beschikking te geven over alle relevante informatie.

De idee hierachter is dat zoveel als mogelijk slechts één schriftelijke ronde nodig is en de procedure dus sneller kan worden afgerond.

In het eerste processtuk is naast het eigen standpunt immers het standpunt opgenomen van de wederpartij. Bovendien is daarin de reactie op het standpunt van de wederpartij opgenomen.

Vervolgens krijgt de wederpartij de gelegenheid om hierop te reageren.

Op deze manier wordt zoveel als mogelijk een situatie gecreëerd die lijkt op twee schriftelijke rondes. Maar dan zonder dat er twee schriftelijke rondes hoeven plaats te vinden.

Zonder substantiëringsplicht zou immers in het eerste processtuk steeds slechts het eigen standpunt zijn opgenomen. In het tweede processtuk zou dan het standpunt van de wederpartij zijn verwoord. Dat zou dan de eerste schriftelijke ronde zijn.

De reactie op het standpunt van de wederpartij zou dan volgen in het derde processtuk. De reactie daarop zou dan uiteengezet worden in het vierde processtuk. Dat zou dan de tweede schriftelijke ronde zijn.

Door de substantiëringsplicht worden in het eerste processtuk al zoveel als mogelijk het eigen standpunt, het standpunt van de wederpartij en de reactie daarop opgenomen. Hierdoor is vaak een reactie daarop van de wederpartij afdoende en kan met één schriftelijke ronde volstaan worden.