Page content

Ketenregeling

De ketenregeling brengt onder omstandigheden mee dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet van rechtswege eindigt na het verstrijken van de duur waarvoor deze is overeengekomen.

Dit is het geval als de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd inmiddels van rechtswege is omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd als gevolg van de ketenregeling.

Uitleg ketenregeling

De ketenregeling regelt wanneer een reeks van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd wordt omgezet in een arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd.

Tenzij sprake is van een afwijkende regeling opgenomen in een toepasselijke CAO brengt de ketenregeling voor niet AOW-gerechtigde werknemers mee dat een reeks van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd wordt omgezet in een arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd als sprake is van meer dan drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd of de reeks van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd een periode van 24 maanden heeft overschreden.

Tot 1 januari 2016 gold voor AOW-gerechtigde werknemers hetzelfde als voor niet AOW-gerechtigde werknemers.

Vanaf 1 januari 2016 is dit veranderd.

Tenzij sprake is van een afwijkende regeling opgenomen in een toepasselijke CAO brengt de ketenregeling voor AOW-gerechtigde werknemers per 1 januari 2016 mee dat een reeks van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd wordt omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd als sprake is van meer dan zes arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd of de reeks van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd een periode van 48 maanden heeft overschreden.

Voor de vaststelling van het aantal maanden en het aantal arbeidsovereenkomsten worden in laatstgenoemde situatie alleen arbeidsovereenkomsten in aanmerking genomen die zijn aangegaan na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Onderbrekingstermijn ketenregeling

Als sprake is van een onderbrekingstermijn van meer dan zes maanden, ofwel zes maanden en één dag of langer dan dat, begint een nieuwe reeks te lopen.

Als sprake is van een onderbrekingstermijn van maximaal zes maanden niet.

In het laatste geval wordt de duur van de onderbrekingstermijn meegeteld om te bepalen of inmiddels de periode van 24 respectievelijk 48 maanden is overschreden.

Voorbeeld ketenregeling zonder onderbrekingstermijn

Als sprake is van twee arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van twaalf maanden, die direct op elkaar aansluiten dan eindigt de tweede arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege.

Ongeacht of de werknemer AOW-gerechtigd is of niet.

Tussen de arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd is immers geen sprake van een onderbrekingstermijn.

Als de twee arbeidsovereenkomsten bij elkaar worden opgeteld , is sprake van een periode van 24 maanden.

De periode van 24 maanden wordt dus niet overschreden. Vanzelfsprekend wordt dan ook de periode van 48 maanden niet overschreden.

Voorbeeld ketenregeling met onderbrekingstermijn

Als sprake is van twee arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van twaalf maanden, die elkaar opvolgen met een onderbrekingstermijn van een maand dan is het afhankelijk van de omstandigheid of de werknemer AOW-gerechtigd is of niet of de tweede arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt.

Als de werknemer niet AOW-gerechtigd is, eindigt de tweede arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd dan niet van rechtswege, omdat deze is omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Tussen de arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd is immers sprake van een onderbrekingstermijn van een maand.

Als de twee arbeidsovereenkomsten bij elkaar worden opgeteld, is sprake van een periode van 24 maanden.

De onderbrekingstermijn dient daarbij opgeteld te worden, omdat deze slechts één maand en dus maximaal zes maanden bedraagt, waardoor de periode van 24 maanden wordt overschreden.

Voor niet AOW-gerechtigde werknemers brengt dit dus mee dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan.

De periode van 48 maanden is niet overschreden. Voor AOW-gerechtigde werknemers eindigt de tweede arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd dus wel van rechtswege.

Ontstaan arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd

Na omzetting van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is niet langer sprake van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

Daarom eindigt de arbeidsovereenkomst niet meer van rechtswege door het verstrijken van de duur daarvan.

Uitzondering op de ketenregeling

Op de ketenregeling gelden ook uitzonderingen.

Als de eerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd namelijk is aangegaan voor een periode van 24 maanden of langer en direct daarop volgend opnieuw een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt gesloten voor maximaal drie maanden dan eindigt de laatste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, dus de arbeidsovereenkomst voor de duur van maximaal drie maanden, gewoon van rechtswege.

Deze uitzondering geldt slechts als de beide arbeidsovereenkomsten zijn aangegaan met dezelfde werkgever.

De uitzondering geldt dus niet in geval van opvolgend werkgeverschap.

Uitzondering voor de bestuurder

Verder is het mogelijk om schriftelijk, bijvoorbeeld in de arbeidsovereenkomst, af te wijken van de periode van 24 maanden ten nadele van de bestuurder van een rechtspersoon ofwel de bestuurder van bijvoorbeeld een B.V., N.V. of vereniging.

Voor bestuurders van een rechtspersoon kan de periode van 24 maanden schriftelijk onbeperkt worden verlengd.

Wel blijft ook voor de bestuurder van een rechtspersoon gelden dat sprake zal zijn van een omzetting in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd als sprake is van meer dan drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd.

Uitzondering voor educatie

Bovendien is de ketenregeling niet van toepassing op arbeidsovereenkomsten die zijn aangegaan in verband met een beroepsbegeleidende leerweg als bedoeld in artikel 7.2.2. van de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Hierbij kan worden gedacht aan duaal onderwijs.

Uitzondering voor minderjarige werknemers

Ten slotte is de ketenregeling niet van toepassing op een arbeidsovereenkomst met een werknemer die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt indien de gemiddelde omvang van de door de werknemer verrichte arbeid maximaal twaalf uur per week was.

De ketenregeling treedt dan in werking vanaf de dag dat de werknemer de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.

De op dat moment lopende arbeidsovereenkomst betreft dan de eerste arbeidsovereenkomst in de reeks.

Ook de duur van de reeks wordt berekend vanaf de dag dat de werknemer de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.

Als de gemiddelde omvang van de door de werknemer verrichte arbeid meer dan 12 uur per week was, telt de arbeidsovereenkomst wel mee in de reeks.

Voorbeeld uitzondering minderjarige werknemer

Tijdens de eerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd bedraagt de gemiddelde omvang meer dan 12 uur per week.

Vervolgens wordt een tweede arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aangegaan.

De gemiddelde omvang daarvan bedraagt maximaal 12 uur per week.

Daarna wordt een derde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aangegaan.

De gemiddelde omvang daarvan bedraagt weer meer dan 12 uur per week.

De tweede arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd telt niet mee vanwege de gemiddelde omvang.

De eerste en derde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tellen wel mee.

Echter, als tussen de eerste en tweede arbeidsovereenkomst een periode is gelegen van meer dan zes maanden dan telt de eerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet langer mee in de reeks, omdat de reeks is doorbroken met een onderbrekingstermijn die langer is dan zes maanden.

Ketenregeling bij opvolgend werkgeverschap

De ketenregeling is ook van toepassing wanneer sprake is van opvolgende arbeidsovereenkomsten tussen een werknemer en verschillende werkgevers, die - ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer - ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijze geacht moeten worden elkaars opvolgers te zijn.

Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan een werknemer die eerst bepaalde werkzaamheden verricht voor een werkgever via een uitzendbureau en vervolgens dezelfde of soortgelijke werkzaamheden gaat verrichten voor diezelfde werkgever, maar dan in dienst van die werkgever.

Ook kan gedacht worden aan een werknemer die eerst bepaalde werkzaamheden verricht voor een juridische eenheid van een organisatie en vervolgens dezelfde of soortgelijke werkzaamheden gaat verrichten voor een andere juridische eenheid van diezelfde organisatie.

In geval van opvolgend werkgeverschap tellen voor de keten niet slechts arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd mee, maar ook arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd.

Omdat arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd over het algemeen langer duren dan arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd zal in geval van opvolgend werkgeverschap dan ook over het algemeen eerder sprake zijn van een omzetting naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Afwijking bij CAO van ketenregeling

Bij CAO kan worden bepaald dat wordt afgeweken van de wettelijke ketenregeling.

Bij CAO kan worden bepaald dat een reeks van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd pas wordt omgezet in een arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd als sprake is van meer dan zes arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd of de reeks van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd een periode van 48 maanden heeft overschreden.

Met andere woorden: ten opzichte van de wettelijke ketenregeling kan in een CAO het dubbele aantal arbeidsovereenkomsten worden afgesproken en een dubbel zo lange periode.

De verdubbeling van de wettelijke ketenregeling is slechts mogelijk in twee situaties.

Allereerst als het een uitzendovereenkomst betreft.

Bovendien als het een arbeidsovereenkomst betreft met een werknemer die werkzaam is in een functie of functiegroep, waarvan in de CAO gemotiveerd is aangegeven dat de intrinsieke aard van de bedrijfsvoering de verlenging tot 48 maanden of de verhoging tot zes arbeidsovereenkomsten vereist.

Het moet dus niet gaan om normale schommelingen in de productie als gevolg van economische omstandigheden, maar om een noodzaak die voortvloeit uit de aard van het productieproces in de sector.

Afwijking bij CAO van opvolgend werkgeverschap

Verder is het bij CAO mogelijk om ten nadele van de werknemer af te wijken van de toepasselijkheid van de ketenregeling in geval van opvolgend werkgeverschap.

Zoals hiervoor is uiteengezet is bijvoorbeeld sprake van opvolgend werkgeverschap als een werknemer eerst bepaalde werkzaamheden verricht bij een werkgever, terwijl de werknemer in dienst is van het uitzendbureau, en die werknemer vervolgens dezelfde of soortgelijke werkzaamheden gaat verrichten voor diezelfde werkgever, maar dan in dienst bij die werkgever.

Wettelijk geldt dat de werkgever die zo'n werknemer een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aanbiedt voor de toepassing van de ketenregeling rekening moet houden met de periodes waarin de werknemer voor de werkgever als uitzendkracht dezelfde of soortgelijke werkzaamheden heeft verricht.

Echter, bij CAO kan worden bepaald dat met die periodes geen rekening gehouden hoeft te worden.

Van belang is om op te merken dat een werkgever slechts baat heeft bij een afwijking die is opgenomen in een CAO die van toepassing is op de arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de werknemer.

De werkgever heeft geen baat bij een afwijking die is opgenomen in een CAO die van toepassing is op de uitzendovereenkomst tussen het uitzendbureau en de werknemer.

Uitsluiting ketenregeling bij CAO

Bij CAO kan de ketenregeling volledig worden uitgesloten voor bepaalde functies in een bedrijfstak als de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij ministeriële regeling deze functies heeft aangewezen, omdat het voor die functies in die bedrijfstak bestendig gebruik is en vanwege de intrinsieke aard van de bedrijfsvoering en van die functies noodzakelijk is de arbeid uitsluitend te verrichten op grond van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, niet zijnde uitzendovereenkomsten.

Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan profvoetballers.

Afwijking ketenregeling bij CAO voor educatie

Bij CAO kan worden bepaald dat voor daarin aangewezen arbeidsovereenkomsten die uitsluitend of overwegend zijn aangegaan voor educatie van de werknemer de ketenregeling in het geheel of gedeeltelijk niet van toepassing is.

Afwijking onderbrekingstermijn

Bij CAO kan niet worden afgeweken van de lengte van de onderbrekingstermijn, tenzij sprake is van in de CAO aangewezen arbeidsovereenkomsten die uitsluitend of overwegend zijn aangegaan voor educatie van de werknemer.

Voor dergelijke arbeidsovereenkomsten geldt namelijk dat de ketenregeling geheel of gedeeltelijk niet van toepassing kan worden verklaard zonder dat hieraan restricties worden verbonden.

Tijdstip inwerkingtreding nieuwe ketenregeling

De nieuwe ketenregeling geldt nog niet voor alle op 1 juli 2015 lopende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd.

Als een reeks van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd op 1 juli 2015 nog niet de periode van 24 maanden heeft overschreden, maar dit wel gebeurt tijdens de duur van een reeds op 1 juli 2015 lopende arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, dan blijft de oude ketenregeling van toepassing.

Als bijvoorbeeld op 1 mei 2015 een derde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van 1 jaar is aangegaan en tussen de drie arbeidsovereenkomsten geen sprake was van een onderbrekingstermijn dan loopt de derde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd nog van rechtswege af op 1 mei 2016.

Het betreft immers de derde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

De omstandigheid dat sprake is van drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die samen langer dan 24 maanden hebben geduurd is niet relevant.

De derde arbeidsovereenkomst liep immers al op 1 juli 2015.

Daarvoor geldt dus nog steeds de oude ketenregeling en onder de oude ketenregeling was pas sprake van een omzetting in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wanneer een periode van 36 maanden was overschreden.

De nieuwe ketenregeling gaat wel direct gelden voor (opvolgende) arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die op of na 1 juli 2015 worden gesloten.

De nieuwe ketenregeling geldt als er op of na 1 juli 2015 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt overeengekomen niet meer dan zes maanden na de daaraan voorafgaande arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

De nieuwe ketenregeling geldt dus ook voor de onderbrekingstermijn die voorafgaat aan de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die op of na 1 juli 2015 is overeengekomen, maar niet voor eerdere onderbrekingstermijnen.

Er is dus vanaf 1 juli 2015 pas sprake van een nieuwe reeks als de periode die ligt tussen de op of na 1 juli 2015 overeengekomen arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en de daaraan voorafgegane arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd langer is dan zes maanden.

Voor onderbrekingstermijnen tussen eerdere arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd blijft gelden dat een nieuwe reeks is gaan lopen bij een onderbreking van meer dan drie maanden.

Mocht op de arbeidsovereenkomst een CAO van toepassing zijn die is aangegaan voor 1 juli 2015 , dan blijft hetgeen is opgenomen in die CAO gelden tot de einddatum van de CAO of - als die einddatum ligt na 1 juli 2016 - tot 1 juli 2016.

Bovenstaande informatie en de rest van de inhoud van deze kennisbank is opgenomen in het e-book ontslagrecht 2016. Wilt u het e-book downloaden? Download het e-book "ontslagrecht 2016".