Page content

Opzegverbod wegens betrokkenheid medezeggenschap

De werkgever mag de arbeidsovereenkomst niet opzeggen wegens:

  • lidmaatschap van een ondernemingsraad, een centrale ondernemingsraad, een groepsondernemingsraad, een vaste commissie van die raden of van een onderdeelcommissie van de ondernemingsraad, of van een personeelsvertegenwoordiging;
  • het zijn van secretaris van de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging;
  • lidmaatschap van een bijzonder onderhandelingsgroep of een Europese ondernemingsraad als bedoeld in de Wet op de Europese ondernemingsraden;
  • het krachtens de Wet op de Europese ondernemingsraden optreden als vertegenwoordiger bij een andere wijze van informatieverstrekking en raadpleging van werknemers;
  • lidmaatschap van een bijzonder onderhandelingsgroep of een SE- ondernemingsraad of als werknemersvertegenwoordiger lid van het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de SE als bedoeld in de Wet rol werknemers bij Europese rechtspersonen;
  • lidmaatschap van een bijzonder onderhandelingsgroep of een SCE-ondernemingsraad of als werknemersvertegenwoordiger lid van het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de SCE als bedoeld in de Wet rol werknemers bij Europese rechtspersonen;
  • het krachtens de Wet rol werknemers bij Europese rechtspersonen optreden als vertegenwoordiger bij een andere wijze van informatieverstrekking en raadpleging van werknemers;
  • het geplaatst zijn op een kandidatenlijst voor een ondernemingsraad of een personeelsvertegenwoordiging;
  • het korter dan twee jaar geleden lid zijn geweest van een ondernemingsraad, van een centrale ondernemingsraad, van een groepsondernemingsraad of van een commissie van die raden, van een personeelsvertegenwoordiging of van een bijzondere onderhandelingsgroep of een Europese ondernemingsraad, een SE-ondernemingsraad of een SCE-ondernemingsraad dan wel korter dan twee jaar geleden krachtens de Wet op de Europese ondernemingsraden of de Wet rol werknemers bij Europese rechtspersonen is opgetreden als vertegenwoordiger bij een andere wijze van informatieverstrekking en raadpleging van de werknemers;
  • het lidmaatschap van een voorbereidingscommissie van een ondernemingsraad, van een centrale ondernemingsraad of van een groepsondernemingsraad.

Uitzonderingen toepasselijkheid opzegverbod

Het opzegverbod wegens betrokkenheid bij een medezeggenschapsorgaan geldt niet bij een opzegging gedurende de proeftijd of in het kader van een ontslag op staande voet.

Gedurende de proeftijd of in het kader van een ontslag op staande voet kan dus opgezegd worden ondanks het bestaan van het opzegverbod wegens betrokkenheid bij een medezeggenschapsorgaan.

Bovendien geldt het opzegverbod wegens betrokkenheid bij een medezeggenschapsorgaan niet als sprake is van opzegging met instemming van de werknemer.

Verder geldt het opzegverbod wegens betrokkenheid bij een medezeggenschapsorgaan niet als de opzegging plaatsvindt wegens de beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming, met dien verstande dat de opzegging niet kan plaatsvinden in de periode dat de werkneemster zwangerschaps- of bevallingsverlof geniet.

Het opzegverbod wegens betrokkenheid bij een medezeggenschapsorgaan geldt evenmin als de opzegging plaatsvindt vanwege het over een toekomstige periode van 26 weken bezien noodzakelijkerwijs vervallen van arbeidsplaatsen als gevolg van het wegens bedrijfseconomische omstandigheden treffen van maatregelen voor een doelmatige bedrijfsvoering.

Vereist is dan wel dat de werknemer minimaal 26 weken werkzaam is geweest op de arbeidsplaats die vervalt.

Anders dan het geval is bij het opzegverbod gedurende zwangerschap en het opzegverbod gedurende dienstplicht is daarnaast niet vereist dat de werkzaamheden worden beëindigd van het onderdeel van de onderneming waarin de werknemer uitsluitend of in hoofdzaak werkzaam is.

Verder geldt anders dan het geval is bij het opzegverbod gedurende zwangerschap, maar wel het geval is bij het opzegverbod gedurende dienstplicht, dat de opzegging ook kan plaatsvinden in de periode dat de werkneemster zwangerschaps- of bevallingsverlof geniet.

Bovendien geldt het opzegverbod wegens betrokkenheid bij een medezeggenschapsorgaan niet als de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd in verband met of na de dag waarop de werknemer de AOW-gerechtigde of een andere – hogere of lagere – leeftijd heeft bereikt, waarvan is overeengekomen dat de arbeidsovereenkomst met ingang van die leeftijd eindigt en het een arbeidsovereenkomst betreft die voor die leeftijd is ingegaan, tenzij de opzegging verband houdt met de betrokkenheid bij een medezeggenschapsorgaan.

Herroepingsrecht werknemer

De werknemer heeft het recht de instemming met de opzegging binnen veertien dagen na de dagtekening ervan zonder opgaaf van redenen te herroepen door een schriftelijke, aan de werkgever gerichte, verklaring.

De werkgever dient de werknemer uiterlijk twee werkdagen na zijn of haar schriftelijke instemming schriftelijk te wijzen op het recht om de instemming binnen veertien dagen schriftelijk te herroepen.

Als de werkgever de werknemer niet uiterlijk twee werkdagen na de instemming schriftelijk op dit herroepingsrecht wijst, bedraagt de termijn waarbinnen de werknemer gebruik kan maken van zijn of haar herroepingsrecht drie weken.

Als de werknemer tijdig zijn of haar instemming herroept en er is geen sprake van een situatie, waarin de instemming niet was vereist, wat bijvoorbeeld – zoals hiervoor uiteengezet – het geval zou zijn als sprake is van een opzegging tijdens de proeftijd, wordt de opzegging geacht niet te hebben plaatsgevonden.

Herroepingsrecht niet van toepassing

Als de werknemer binnen zes maanden na een herroeping van een schriftelijke instemming met een opzegging door de werkgever of een ontbinding van een beëindigingsovereenkomst met wederzijds goedvinden (opnieuw) schriftelijk instemt met een opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever dan is het herroepingsrecht niet van toepassing.

De werknemer heeft dan niet het recht om de instemming te herroepen. De werkgever hoeft de werknemer daarop dan ook niet te wijzen.

Verder is het herroepingsrecht niet van toepassing op de bestuurder van een rechtspersoon als herstel van de arbeidsovereenkomst op grond van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek niet mogelijk is.

Het herroepingsrecht is evenmin van toepassing op een bestuurder van een vergelijkbare buitenlandse rechtspersoon.

Dergelijke bestuurders hebben dus geen recht om hun instemming te herroepen.

De werkgever hoeft de bestuurder hierop dan ook niet te wijzen.

Bovenstaande informatie en de rest van de inhoud van deze kennisbank is opgenomen in het e-book ontslagrecht 2016. Wilt u het e-book downloaden? Download het e-book “ontslagrecht 2016“.