Page content

Werkgeversorganisaties en vakbonden akkoord over reparatie van de WW-uitkering

Werkgeversorganisaties en vakbonden akkoord over reparatie van de WW-uitkering

Werkgeversorganisaties en vakbonden hebben vorige week overeenstemming bereikt over reparatie van de WW-uitkering.

Hieronder zal ik uiteenzetten wat deze reparatie van de WW-uitkering inhoudt.

Dit zal ik verduidelijken aan de hand van schema’s, zodat u in de gelegenheid bent de gevolgen vast te stellen voor uw situatie.

Verder zal ik ingaan op wie hiervan profiteren en wie hiervoor betalen.

Voordat ik dit doe, ga ik eerst nog kort in op de WW-uitkering tot 1 januari 2016 en de huidige WW-uitkering.

Het is namelijk de bedoeling van de vakbonden dat de reparatie van de WW-uitkering zoveel als mogelijk tot gevolg heeft dat de WW-uitkering van vóór 1 januari 2016 herleeft.

Daarvoor is van belang om te weten wat tot 1 januari 2016 gold en wat momenteel geldt.

WW-uitkering tot 1 januari 2016 en nu

Hieronder ga ik slechts kort in op de WW-uitkering tot 1 januari 2016 en de huidige WW-uitkering.

Wilt u hierover meer weten? In mijn blog opbouw en duur WW verandert per 1 januari 2016 ga ik hier uitgebreider op in.

Basisuitkering en verlengde uitkering

De eerste drie maanden heeft een werknemer recht op een basisuitkering als de werknemer in de 36 weken voorafgaand aan de werkloosheid minimaal 26 weken heeft gewerkt.

Daarna heeft de werknemer recht op een verlengde uitkering als de werknemer daarnaast in de 5 kalenderjaren voorafgaand aan het kalenderjaar waarin werkloosheid is ontstaan minimaal 4 kalenderjaren heeft voldaan aan de arbeidsverleden eis.

Verder gelden voor beide uitkeringen nog aanvullende vereisten, waaronder dat:

  • het initiatief voor de beëindiging afkomstig is van de werkgever;
  • aan de beëindiging geen dringende reden ten grondslag ligt;
  • binnen de onderneming van de werkgever voor de werknemer geen passende arbeid voorhanden is.

Beide uitkering betreffen wettelijke uitkeringen.

Met andere woorden: het recht op deze uitkeringen volgt uit de wet, namelijk de Werkloosheidswet.

Vandaar de afkorting WW-uitkering.

Opbouw en duur WW-uitkering tot 1 januari 2016

De opbouw van de WW-uitkering was tot 1 januari 2016 voor ieder jaar arbeidsverleden één maand WW-uitkering.

De WW-uitkering duurde tot 1 januari 2016 maximaal 38 maanden.

Opbouw en duur WW-uitkering per 1 januari 2016

Vanaf 1 januari  2016 geldt voor de eerste 10 jaar nog steeds dat voor ieder jaar arbeidsverleden één maand WW-uitkering wordt opgebouwd.

Echter, wordt vanaf 1 januari 2016 voor de jaren daarna nog slechts een halve maand WW-uitkering opgebouwd voor ieder jaar arbeidsverleden.

Verder is vanaf 1 januari 2016 sprake van een nieuw maximum, namelijk 24 maanden.

Daarna vindt geen opbouw meer plaats.

Tot 1 januari 2016 opgebouwde WW-rechten worden gerespecteerd.

Behalve wanneer de werknemer na 1 januari 2016 aanspraak heeft op een WW-uitkering van langer dan 24 maanden.

De tot 1 januari 2016 opgebouwde WW-rechten die liggen boven de 24 maanden worden vanaf 1 januari 2016 stapsgewijs afgebouwd naar het nieuwe maximum van 24 maanden.

Afbouw maximum WW-uitkering

De afbouw naar het nieuwe maximum van 24 maanden vindt plaats met één maand per kalenderkwartaal.

Een kalenderkwartaal begint op 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober van elk jaar.

De afbouw ziet op het aantal reeds verstreken kwartalen vanaf 1 januari 2016 inclusief het lopende kwartaal waarin recht op de WW-uitkering ontstaat.

De afbouw stopt als het nieuwe maximum van 24 maanden is bereikt.

Het afbouwschema ziet er als volgt uit:

afbouwschema-maximum-ww-uitkering

Ter toelichting is het volgende van belang.

Tot 1 januari 2016 kon een werknemer maximaal 38 maanden WW-uitkering opbouwen.

Het is dan ook niet mogelijk dat een werknemer tot 1 januari 2016 meer WW-rechten heeft opgebouwd dan 38 maanden.

Daarom begint iedere werknemer met een arbeidsverleden van 38 jaar of meer op 1 januari 2016 met een recht op 37 maanden WW-uitkering.

Iedere werknemer met een arbeidsverleden van minder dan 38 jaar begint op 1 januari 2016 met een lager aantal maanden WW-rechten dan 37.

Hoeveel maanden minder is afhankelijk van het aantal tot 1 januari 2016 opgebouwde jaren arbeidsverleden.

De WW-rechten bouwen zich af totdat het nieuwe maximum van 24 maanden is bereikt.

Omdat een werknemer tot 1 januari 2016 maximaal 38 maanden WW kan hebben opgebouwd, betekent dit dat vanaf 1 april 2019 voor iedereen het nieuwe wettelijke maximum van 24 maanden van toepassing is.

Reparatie van de WW-uitkering

De reparatie van de WW-uitkering houdt in dat het verschil tussen de duur van de WW-uitkering tot 1 januari 2016 en de duur vanaf 1 januari 2016 wordt gerepareerd.

Dit gebeurt niet via de wet, maar via CAO’s.

Daarom geldt de reparatie van de WW-uitkering slechts voor werknemers op wie een CAO van toepassing is, waarin dit is geregeld.

VerzamelCAO’s

Het is de bedoeling dat de reparatie van de WW-uitkering niet wordt geregeld in reguliere arbeidsvoorwaarden-CAO’s, maar in verzamelCAO’s.

Een sector in de zin van een verzamelCAO overstijgt het niveau van de gebruikelijke bedrijfstakken en sectoren in reguliere arbeidsvoorwaarden-CAO’s.

Afgesproken is dat het totaal aantal sectoren in de zin van de verzamelCAO’s zal worden beperkt tot maximaal 10.

CAO-partijen kunnen zich vrijwillig aansluiten bij een van de verzamelCAO’s door de werkingssfeer van de reguliere arbeidsvoorwaarden-CAO hierin onder te brengen.

De verzamelCAO bestaat dus uit een optelsom van de werkingssferen van de betreffende reguliere arbeidsvoorwaarden-CAO’s in die sector.

De verzamelCAO zal (alleen) gelden voor bedrijfstakken en ondernemingen die zich hierbij vrijwillig aansluiten.

Namens hen zal de verzamelCAO worden gesloten door nog nader te bepalen vakbonden en werkgeversorganisaties.

In principe wordt jaarlijks een algemeen verbindend verklaring van de verzamelCAO aangevraagd.

Uitgangspunt is dat werkgevers die normaliter niet zijn gebonden aan de reguliere arbeidsvoorwaarden-CAO’s ook niet worden gebonden aan de afspraken opgenomen in de verzamelCAO’s.

Uniformiteit

Er is voor gekozen om de CAO-tekst van de verzamelCAO en de uitvoeringsregeling uniform te houden.

Partijen die afspraken willen maken over de reparatie van de WW-uitkering en de loongerelateerde WGA-uitkering, maar die andere keuzes willen maken ten aanzien van de uitvoering staat het vrij om te kiezen voor een andere uitvoerder of voor het eigen risicodragerschap.

Reparatie van de WW-uitkering en de WGA-uitkering

De verzamelCAO’s zullen zien op de reparatie van de WW-uitkering en de loongerelateerde WGA-uitkering (de uitkering bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid).

De duur van de loongerelateerde WGA-uitkering is namelijk gebaseerd op de duur dat de werknemer recht zou hebben op een WW-uitkering.

De verkorting van de duur van de WW-uitkering heeft dus ook geleid tot verkorting van de duur van de loongerelateerde WGA-uitkering. Daarom wordt ook de WGA-uitkering gerepareerd.

De verzamelCAO’s beperken zich tot de reparatie van de WW-uitkering en de loongerelateerde WGA-uitkering.

De verzamelCAO’s bestaan dan ook naast de reguliere arbeidsvoorwaarden-CAO’s.

Schema’s reparatie van de WW-uitkering

Hieronder zal ik de reparatie van de WW-uitkering aan de hand van schema’s verduidelijken.

Kunt u een schema niet zo goed lezen? Klik er dan op. Dan wordt het schema vergroot weergegeven.

Houd voor ogen dat de reparatie over het algemeen nog moet plaatsvinden.

Slechts in een enkele reguliere arbeidsvoorwaarden-CAO heeft de reparatie – vooruitlopend op de vorige week gemaakte afspraken – al plaatsgevonden.

De schema’s gaan ervan uit dat de werknemer vanaf 1 januari 2016 steeds aansluitend arbeidsverleden heeft opgebouwd.

Dit hoeft niet altijd zo te zijn.

Het kan ook gebeuren dat eerst een of meerdere jaren arbeidsverleden wordt opgebouwd.

Dat vervolgens een of meerdere jaren geen arbeidsverleden wordt opgebouwd.

En vervolgens weer een of meerdere jaren arbeidsverleden wordt opgebouwd.

Een uiteenzetting over het bepalen van het arbeidsverleden en voorbeelden daarvan treft u aan in mijn blog opbouw en duur WW verandert per 1 januari 2016.

Bedenk dat om in aanmerking te kunnen komen voor een verlengde WW-uitkering niet alleen minimaal 4 jaar arbeidsverleden opgebouwd dient te zijn.

Daarnaast geldt dat vereist is dat in de vijf jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin werkloosheid ontstaat minimaal 4 jaar arbeidsverleden is opgebouwd.

Als dat niet het geval is, bestaat slechts recht op de basisuitkering van 3 maanden.

Ook als het arbeidsverleden beduidend hoger ligt dan 4 jaar.

Tenzij recht bestaat op herleving van een eerdere WW-uitkering. Hierover is meer informatie opgenomen in mijn blog opbouw en duur WW verandert per 1 januari 2016.

Huidige opbouw eerste 10 jaar arbeidsverleden

De opbouw van de WW-uitkering voor de eerste 10 jaar arbeidsverleden is vanaf 1 januari 2016 niet gewijzigd.

Een werknemer met bijvoorbeeld 6 jaar arbeidsverleden had tot 1 januari 2016 recht op een WW-uitkering voor 6 maanden en heeft dit vanaf 1 januari 2016 nog steeds.

Het schema zag er voor deze groep werknemers tot 1 januari 2016 als volgt uit:

WW-schema-eerste-tien-jaar-arbeidsverleden

Ook na 1 januari 2016 ziet het schema er voor deze groep nog zo uit.

Omdat de situatie niet is gewijzigd, vindt geen reparatie van de WW-uitkering plaats.

Huidige opbouw tot maximum

Voor de werknemer met meer dan 10, maar minder dan 24 jaar arbeidsverleden is de opbouw van de WW-uitkering veranderd.

Die was tot 1 januari 2016 een maand per jaar arbeidsverleden.

Die is vanaf 1 januari 2016 een halve maand per jaar arbeidsverleden.

Een werknemer met bijvoorbeeld 14 jaar arbeidsverleden had tot 1 januari 2016 recht op een WW-uitkering voor 14 maanden.

Dat is minder geworden vanaf 1 januari 2016.

Hoeveel minder is afhankelijk van het opgebouwde arbeidsverleden per 1 januari 2016.

Arbeidsverleden per 1 januari 2016 meer dan 10 jaar

Voor de werknemers die op 1 januari 2016 een arbeidsverleden hadden van meer dan 10 jaar en die daarna ieder jaar arbeidsverleden hebben opgebouwd, ziet het schema er tot en met 2043 als volgt uit:

WW-schema-elf-tot-en-met-24-jaar-arbeidsverleden

Voor deze werknemers blijft het schema ook na 2043 eruit zien, zoals het eruit ziet in 2042 en 2043.

Als een werknemer na 1 januari 2016 gedurende één jaar geen arbeidsverleden opbouwt, heeft dit tot gevolg dat bovenstaand schema een jaar opschuift.

Dan vindt immers een jaar lang geen opbouw plaats.

Als een werknemer na 1 januari 2016 twee jaar of meer dan twee jaar geen arbeidsverleden opbouwt, kan dit tot gevolg hebben dat het schema net zoveel jaren opschuift als het aantal jaren dat geen arbeidsverleden is opgebouwd.

Dat is namelijk het geval als de werknemer in minimaal vier van de vijf jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de werkloosheid is ontstaan arbeidsverleden heeft opgebouwd.

Als de werknemer in die periode slechts drie jaar of minder arbeidsverleden heeft opgebouwd, heeft de werknemer alleen recht op de basisuitkering van drie maanden.

Tenzij ook niet is voldaan aan de vereisten daarvoor.

Arbeidsverleden per 1 januari 2016 maximaal 10 jaar

Voor de werknemers die op 1 januari 2016 een arbeidsverleden hadden van 10 jaar of minder en daarna ieder jaar arbeidsverleden hebben opgebouwd, ziet het schema er tot en met 2055 als volgt uit:

WW-schema-nul-tot-en-met-10-jaar-arbeidsverleden

Voor deze werknemers ziet het schema er ook na 2055 uit, zoals in 2054 en 2055.

Als een werknemer in één jaar geen arbeidsverleden opbouwt, brengt dit mee dat bovenstaand schema een jaar opschuift.

Immers, dan vindt er gedurende een jaar geen opbouw plaats.

Als een werknemer minimaal twee jaar geen arbeidsverleden opbouwt, kan dit meebrengen dat het schema net zoveel jaren opschuift als het aantal jaren dat geen arbeidsverleden is opgebouwd.

Dat is immers het geval als de werknemer in de vijf jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de werkloosheid is ontstaan minimaal vier arbeidsverleden heeft opgebouwd.

Als de werknemer in die vijf jaar geen, een, twee of drie jaar arbeidsverleden heeft opgebouwd, heeft de werknemer alleen recht op de basisuitkering van drie maanden.

Uiteraard geldt dit slechts als de werknemer voldoet aan de vereisten die gelden voor een basisuitkering.

Toelichting schema’s huidige opbouw tot maximum

De opgebouwde WW-rechten worden gerespecteerd.

Verder wordt de eerste tien jaar ook vanaf 1 januari 2016 nog een maand WW-uitkering opgebouwd per jaar arbeidsverleden.

Na de eerste tien jaar bouwt de werknemer vanaf 1 januari 2016 slechts een halve maand op per jaar arbeidsverleden.

Het maximum is 24 maanden.

Daarna worden geen WW-rechten meer opgebouwd.

Opbouw tot oude maximum

Het oude maximum was 38 maanden.

Bovendien leverde toen ieder jaar arbeidsverleden een maand WW op.

Arbeidsverleden per 1 januari 2016 meer dan 10 jaar

Volgens de regels van de WW-uitkering, zoals die tot 1 januari 2016 golden, zou het schema voor de werknemers die op 1 januari 2016 een arbeidsverleden hadden van meer dan 10 jaar er tot en met 2043 als volgt hebben uitgezien als er na 1 januari 2016 ieder jaar arbeidsverleden zou zijn opgebouwd:

WW-oude-schema-elf-tot-24-jaar

Voor deze werknemers zou het schema er ook na 2043 uit hebben gezien, zoals in 2043.

Als een werknemer na 1 januari 2016 gedurende één jaar geen arbeidsverleden opbouwt, schuift bovenstaand schema een jaar op.

Als een werknemer dan twee jaar of langer geen arbeidsverleden opbouwt, zijn de gevolgen afhankelijk van het opgebouwde arbeidsverleden in de vijf jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de werkloosheid is ontstaan.

Is dat arbeidsverleden minimaal vier jaar, dan schuift het schema net zoveel jaren op als het aantal jaren dat geen arbeidsverleden is opgebouwd.

Is dat arbeidsverleden maximaal drie jaar, dan heeft de werknemer slechts recht op de basisuitkering van drie maanden.

Tenzij ook niet is voldaan aan de vereisten voor de basisuitkering.

Arbeidsverleden per 1 januari 2016 maximaal 10 jaar

Volgens de regels van de WW-uitkering, zoals die tot 1 januari 2016 golden, zou het schema voor de werknemers die op 1 januari 2016 een arbeidsverleden hadden van maximaal 10 jaar er tot en met 2055 als volgt hebben uitgezien als er na 1 januari 2016 ieder jaar arbeidsverleden zou zijn opgebouwd:

WW-oude-schema-nul-tot-en-met-10-jaar

Voor deze werknemers zou het schema er ook na 2055 uit hebben gezien, zoals in 2054 en 2055.

Als een werknemer na 1 januari 2016 één jaar lang geen arbeidsverleden opbouwt, brengt dit mee dat bovenstaand schema een jaar opschuift.

Bouwt een werknemer dan minimaal twee jaar geen arbeidsverleden op, dan is van belang hoeveel jaar arbeidsverleden is opgebouwd in de vijf jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de werkloosheid is ontstaan.

Is dat minimaal vier jaar, dan schuift het schema het aantal jaren op dat geen arbeidsverleden is opgebouwd.

Zijn in die periode slechts drie jaar arbeidsverleden opgebouwd of minder dan drie jaar, dan heeft de werknemer alleen recht op de basisuitkering.

Vanzelfsprekend geldt dit slechts als de werknemer voldoet aan de vereisten voor de basisuitkering.

Reparatie van de WW-uitkering voor opbouw

De reparatie van de WW-uitkering voor de opbouw geldt voor het verschil tussen de schema’s van de huidige opbouw en de schema’s van de opbouw tot 1 januari 2016.

Zoals hiervoor opgemerkt, geldt de reparatie van de WW-uitkering alleen als op de arbeidsovereenkomst van de werknemer een CAO van toepassing is die dit regelt.

Anders is geen reparatie van de WW-uitkering aan de orde.

Arbeidsverleden per 1 januari 2016 meer dan 10 jaar

De reparatie van de WW-uitkering ziet er voor de werknemers die op 1 januari 2016 een arbeidsverleden hadden van meer dan 10 jaar en die na 1 januari 2016 ieder jaar arbeidsverleden hebben opgebouwd tot en met 2043 als volgt uit:

reparatie-van-de-WW-11-tot-en-met-24

Dit betreft immers het verschil tussen bovenstaande twee schema’s voor werknemers die op 1 januari 2016 een arbeidsverleden hadden van meer dan 10 jaar.

Arbeidsverleden per 1 januari 2016 maximaal 10 jaar

Voor de werknemers die op 1 januari 2016 een arbeidsverleden hadden van maximaal 10 jaar en die na 1 januari 2016 ieder jaar arbeidsverleden hebben opgebouwd ziet de reparatie van de WW-uitkering er tot en met 2055 als volgt uit:

reparatie-van-de-WW-0-tot-en-met-10

Zoals blijkt uit bovenstaande schema’s betreft dit immers het verschil in opbouw voor werknemers die op 1 januari 2016 een arbeidsverleden hadden van maximaal 10 jaar.

Huidige afbouw naar nieuwe maximum

Voor de werknemer met meer dan 24, maar minder dan 38 jaar arbeidsverleden is de maximale duur van de WW-uitkering veranderd.

Die was tot 1 januari 2016 maximaal 38 maanden.

Die is vanaf 1 januari 2016 maximaal 24 maanden.

Een werknemer met bijvoorbeeld 34 jaar arbeidsverleden had tot 1 januari 2016 recht op een WW-uitkering voor 34 maanden.

Vanaf 1 januari 2016 is de WW-uitkering gemaximeerd op 24 maanden.

Voor werknemers die tot 1 januari 2016 meer dan 24 maanden WW-rechten hebben opgebouwd, geldt – zoals hiervoor reeds uiteengezet – onderstaand afbouwschema.

afbouwschema-maximum-ww-uitkering

Het is dan ook afhankelijk van twee factoren op hoeveel maanden WW-uitkering de werknemer recht heeft.

Allereerst het opgebouwde arbeidsverleden tot 1 januari 2016.

Daarnaast het moment waarop de werknemer aanspraak maakt op een WW-uitkering.

Voor deze werknemers ziet het schema er ook na april 2019 uit, zoals in april 2019.

Met andere woorden: dan geldt voor al deze werknemers het maximum van 24 maanden.

Toepassing oude maximum

Zoals hiervoor uiteengezet, was het oude maximum 38 maanden.

Tot dat maximum was bereikt leverde ieder jaar arbeidsverleden een maand WW op.

Volgens de regels van de WW-uitkering, zoals die tot 1 januari 2016 golden, zou het schema voor laatstgenoemde werknemers er als volgt hebben uitgezien:

WW-oude-schema-vanaf-24-jaar-arbeidsverleden

Immers, er zou geen afbouw hebben plaatsgevonden.

Verder zou ook nadat 24 maanden WW-uitkering zouden zijn opgebouwd, de opbouw van één maand per jaar arbeidsverleden zijn doorgegaan.

Totdat het maximum van 38 maanden zou zijn bereikt.

Voor de overige maanden van 2019 zou het schema eruit hebben gezien, zoals in januari en april 2019.

Vanaf 2020 zou het schema er – als ieder jaar steeds arbeidsverleden zou zijn opgebouwd – als volgt hebben uitgezien:

WW-oude-schema-vanaf-24-jaar-arbeidsverleden-vervolg

Reparatie van de WW-uitkering voor afbouw en opbouw

De reparatie van de WW-uitkering voor de afbouw en opbouw geldt voor het verschil tussen de schema’s van de huidige afbouw en opbouw en de schema’s van de opbouw tot 1 januari 2016.

In herinnering wordt gebracht dat de reparatie van de WW-uitkering alleen geldt als op de arbeidsovereenkomst van de werknemer een CAO van toepassing is die dit regelt.

Reparatie van de WW-uitkering tot en met 2019 en daarna

Tot en met april 2019 ziet de reparatie van de WW-uitkering op de afbouw en de opbouw.

Tot die tijd vindt immers vanaf 1 januari 2016 afbouw plaats.

Terwijl dit voorafgaand aan 1 januari 2016 niet aan de orde was.

Na april 2019 vindt niet langer afbouw plaats.

Daarom ziet de reparatie van de WW-uitkering vanaf april 2019 nog slechts op de opbouw.

De reparatie van de WW-uitkering ziet er tot en met april 2019 als volgt uit:

reparatie-van-de-WW-vanaf-24

Ook in de andere maanden van 2019 ziet de reparatie van de WW-uitkering eruit, zoals in april 2019.

Vanaf 2020 tot en met 2031 ziet de reparatie van de WW-uitkering er als volgt uit:

reparatie-van-de-WW-vanaf-24-vervolg

In 2032 en later ziet de reparatie van de WW-uitkering er hetzelfde uit als in 2030 en 2031.

Als na 1 januari 2016 een of meerdere jaren geen arbeidsverleden is opgebouwd, geldt daarvoor hetzelfde als hiervoor is uiteengezet.

Wie profiteren van de reparatie van de WW?

De werknemers, van wie de WW-rechten sinds 1 januari 2016 zijn verslechterd, profiteren van de reparatie van de WW-uitkering.

Ofwel de werknemers die aanspraak hebben op een WW-uitkering voor meer dan 10 maanden.

De werknemers die slechts aanspraak kunnen maken op een basisuitkering dus niet.

De werknemers die wel recht hebben op een verlengde WW-uitkering, maar voor de duur van maximaal 10 maanden evenmin.

Hun WW-rechten zijn sinds 1 januari 2016 immers niet verslechterd.

Zoals hiervoor uiteengezet, geldt de reparatie van de WW-uitkering slechts voor zover op de arbeidsovereenkomst een CAO van toepassing is, die dit regelt.

Uitgangspunt is dat de reparatie van de WW-uitkering van toepassing is op werknemers die op het moment dat zij werkloos worden vallen onder een CAO, waarin de reparatie van de WW-uitkering is geregeld.

wie-betalen-de-reparatie-van-de-WW

Wie betalen voor de reparatie van de WW?

Alle werknemers voor wie geldt dat op hun arbeidsovereenkomst een CAO van toepassing is, die de reparatie van de WW-uitkering regelt, betalen premie voor de reparatie van de WW.

Ongeacht of die werknemers meer of maximaal 10 jaar arbeidsverleden hebben opgebouwd.

En dus ongeacht of zij ingeval van werkloosheid (al) profiteren van de reparatie van de WW.

Iedere maand wordt de premie door hun werkgever ingehouden op hun bruto salaris.

Het percentage van de grondslag voor de premie zal voor alle werknemers gelijk zijn.

Ongeacht de sector of het bedrijf waar ze werken.

Wie gaat dit uitvoeren?

Voor de uitvoering is een landelijk fonds opgericht, namelijk de Stichting Private Aanvulling WW en WGA (Stichting PAWW).

Deze stichting zal op basis van omslagfinanciering functioneren. Dat houdt in dat de uitkeringen die in een bepaald jaar worden gedaan in principe worden betaald uit de premies die dat jaar worden ontvangen.

De administratieve uitvoering zal grotendeels worden verricht door Raet.

Raet doet dit in opdracht van de Stichting PAWW.

Raet

Meer weten?

Wilt u meer weten over ontslagrecht? Bijvoorbeeld over de ontslaggronden?

Bezoek dan onze kennisbank ontslagrecht.

De inhoud van deze kennisbank is opgenomen in het e-book ontslagrecht 2016.

Wilt u het e-book downloaden?

Download het e-book “ontslagrecht 2016“.

ontslagrecht

Persoonlijke hulp?

Wordt u als werknemer geconfronteerd met de wens van uw werkgever om u te ontslaan?

Of bent u werkgever en ziet u zich genoodzaakt een werknemer te ontslaan?

Zou u daarbij graag de hulp willen inschakelen van een arbeidsrecht advocaat?

Bel ons voor een gratis intake gesprek.

Kosteloze beantwoording vraag

Het intake gesprek is erop gericht om u in de gelegenheid te stellen vrijblijvend en kosteloos contact met ons te hebben als u overweegt onze hulp in te schakelen.

Op die manier bent u in de gelegenheid persoonlijk contact met ons te hebben om te bezien of het waardevol is voor u om ons in te schakelen zonder dat hieraan direct kosten voor u zijn verbonden.

Uiteraard is het ook mogelijk dat u een vraag hebt op het gebied van arbeidsrecht die u graag kosteloos beantwoord zou willen zien.

Laat dit ons dan weten door middel van onderstaand formulier.

Mogelijk dat wij naar aanleiding van uw verzoek extra informatie kunnen toevoegen aan één van de blogs op onze website.

Of een geheel nieuw blog kunnen toevoegen aan onze website.

Op die manier zijn wij u van dienst en andere bezoekers van de website.

Omdat dit geen persoonlijk advies betreft, maar algemene informatie kunnen we deze informatie verstrekken zonder dat er sprake is van een overeenkomst van opdracht.

Wij verstrekken deze informatie heel bewust op een manier dat niet alleen u hiervan profijt heeft.

Maar dat ook andere bezoekers van deze website hiervan profijt hebben.

Daarom doen we dit niet in de vorm van persoonlijk contact.

Maar in de vorm van blogs, de kennisbank ontslagrecht of het gratis te downloaden e-book ontslagrecht.

Wilt u op de hoogte gehouden worden van nieuwe blogs en nieuwe versies van het e-book ontslagrecht?

Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief.

Ilma van Aalst
Ilma van Aalst is begin 2000 begonnen als advocaat arbeidsrecht en dus ruim 15 jaar werkzaam als advocaat arbeidsrecht.Eerst is Ilma ruim tien jaar werkzaam geweest als advocaat arbeidsrecht bij Poelmann van den Broek in Nijmegen en Eversheds in Rotterdam. In 2010 heeft Ilma advocatenkantoor arbeidsrecht 7 Laws of Persuasion opgericht.Ilma is sinds 2007 lid van de Vereniging Arbeidsrecht Advocaten Nederland (VAAN), de vereniging die van de Nederlandse Orde van Advocaten het keurmerklogo voor arbeidsrechtspecialisten heeft ontvangen. Sinds begin 2016 is zij een door de VAAN erkende intervisie gespreksleider. Daarnaast is zij lid van de Vereniging Rotterdamse Arbeidsrecht Advocaten en de Vereniging voor Arbeidsrecht.Naast haar werkzaamheden als advocaat arbeidsrecht verricht Ilma sinds 2008 ook werkzaamheden als docent arbeidsrecht.