Loondoorbetaling tijdens ziekte ingeperkt voor AOW'er

Loondoorbetaling tijdens ziekte ingeperkt voor AOW'er

De arbeidsongeschikte AOW-gerechtigde werknemer heeft vanaf 1 januari 2016 minder lang recht op loondoorbetaling tijdens ziekte als gevolg van de inwerkingtreding van de wet “Werken na de AOW-gerechtigde leeftijd” in werking.

Die wet brengt naast enkele wijzigingen in het ontslagrecht per 1 januari 2016 voor AOW-gerechtigde werknemers ook mee dat de periode waarover de arbeidsongeschikte AOW-gerechtigde werknemer recht heeft op loondoorbetaling tijdens ziekte aanzienlijk wordt ingeperkt.

Daarnaast verlicht deze wet de reïntegratieverplichtingen voor arbeidsongeschikte AOW-gerechtigde werknemers. Ook brengt deze wet nog enkele andere wijzigingen mee die gelden voor alle AOW-gerechtigde werknemers. Ongeacht of zij arbeidsongeschikt zijn of niet.

In dit blog wordt ingegaan op de verlichting van de reïntegratieverplichtingen en de inperking van de loondoorbetaling tijdens ziekte.

Reïntegratieverplichtingen AOW-gerechtigde werknemers

Met ingang van 1 januari 2016 worden de reïntegratieverplichtingen voor arbeidsongeschikte AOW-gerechtigde werknemers verlicht.

Per 1 januari 2016 vervalt voor werkgevers namelijk de verplichting om te bevorderen dat arbeidsongeschikte AOW-gerechtigde werknemers passende arbeid kunnen verrichten bij een andere werkgever, het zogenaamde tweede spoor traject.

Ook vervalt vanaf 1 januari 2016 de verplichting voor werkgevers om voor arbeidsongeschikte AOW-gerechtigde werknemers een plan van aanpak op te stellen.

In overeenstemming hiermee is de arbeidsongeschikte AOW-gerechtigde werknemer met ingang van 1 januari 2016 ook niet langer verplicht om mee te werken aan het opstellen van een plan van aanpak.

Huidige loondoorbetaling AOW-gerechtigde werknemer

AOW-gerechtigde werknemers hebben op dit moment nog net zo lang recht op loondoorbetaling tijdens ziekte als niet AOW-gerechtigde werknemers.

Voor beide groepen werknemers geldt momenteel dat zij gedurende twee jaar recht hebben op loondoorbetaling tijdens ziekte. Onder omstandigheden kan deze periode zelfs nog langer zijn dan twee jaar.

Loondoorbetaling AOW-gerechtigde werknemer per 1 januari 2016

Vanaf 1 januari 2016 wordt de periode van twee jaar voor de arbeidsongeschikte AOW-gerechtigde werknemer verkort tot dertien weken.

De werknemer die al voor de AOW-gerechtigde leeftijd arbeidsongeschikt was, heeft na 1 januari 2016 nog gedurende dertien weken na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd recht op loondoorbetaling tijdens ziekte.

De werknemer die op of na de AOW-gerechtigde leeftijd arbeidsongeschikt wordt, heeft na 1 januari 2016 nog gedurende dertien weken recht op loondoorbetaling tijdens ziekte.

Dit is uiteraard niet het geval als binnen die periode van dertien weken de periode van twee jaar (ervan uitgaand dat die periode niet is verlengd) verstrijkt. Als laatstgenoemde periode eerder verstrijkt, eindigt de loondoorbetalingsverplichting met ingang van het moment dat die periode verstrijkt.

Ook stopt de loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte eerder als de arbeidsovereenkomst eerder eindigt. Mocht de arbeidsovereenkomst dus eerder eindigen dan eindigt de loondoorbetalingsverplichting met ingang van het moment waarop de arbeidsovereenkomst eindigt.

Voor wat betreft het eindigen van een arbeidsovereenkomst met een arbeidsongeschikte AOW-gerechtigde werknemer wordt verwezen naar het blog, waarin de wijzigingen in het ontslagrecht per 1 januari 2016 voor de arbeidsongeschikte AOW-gerechtigde werknemer worden belicht.

Waar is dit geregeld?

Het vervallen van de verplichting van de werkgever om de inschakeling van de arbeidsongeschikte AOW-gerechtigde werknemer in passende arbeid bij een andere werkgever te bevorderen is geregeld in artikel 7:658a lid 1 BW.

Het vervallen van de verplichting van de werkgever om een plan van aanpak op te stellen voor een arbeidsongeschikte AOW-gerechtigde werknemer is neergelegd in artikel 7:658a lid 3 BW.

Dat de werknemer niet langer verplicht is mee te werken aan het opstellen van een plan van aanpak is geregeld in artikel 7:660a lid 2 BW.

Dat de periode waarin de AOW-gerechtigde werknemer recht heeft op loondoorbetaling tijdens ziekte wordt beperkt, is neergelegd in artikel 7:629 lid 2 sub b BW. In artikel 7:629 lid 2 sub b is echter niet opgenomen dat sprake is van een beperking tot dertien weken. In plaats daarvan is daarin opgenomen dat sprake is van een beperking tot zes weken.

Dat vanaf 1 januari 2016 sprake is van een beperking tot dertien weken volgt uit artikel VIIIA van het overgangsrecht. In eerste instantie was het namelijk de bedoeling om direct de loondoorbetaling tijdens ziekte voor AOW-gerechtigde werknemers te beperken tot zes weken. Als gevolg van een amendement is de loondoorbetaling tijdens ziekte voor AOW-gerechtigde werknemers vanaf 1 januari 2016 beperkt tot dertien weken in plaats van zes weken.

Op termijn wordt de loondoorbetaling tijdens ziekte voor AOW-gerechtigde werknemers alsnog beperkt tot zes weken. In eerste instantie zou deze beperking van de loondoorbetalingsplicht ingaan per 1 april 2021, maar op 12 maart 2021 is besloten om dit geen doorgang te laten vinden. Of en zo ja, wanneer de beperking alsnog ingaat, is momenteel onduidelijk.

Tot 1 januari 2022 geldt in ieder geval dat de loondoorbetaling voor arbeidsongeschikte AOW-gerechtigde werknemer geldt voor dertien weken.

Vanaf 1 januari 2016 lijkt uit artikel artikel 7:629 lid 2 sub b BW al te volgen dat de loondoorbetaling tijdens ziekte is beperkt tot zes weken, maar dat is dus niet het geval. Op grond van artikel VIIIA van de overgangsrechtelijke bepalingen is de loondoorbetaling vooralsnog dertien weken.

Te zijner tijd zullen wij een blog schrijven, zodat je weet of de loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte voor arbeidsongeschikte AOW-gerechtigde werknemers inderdaad wordt beperkt tot zes weken en zo ja, met ingang van welke datum.

Als je hiervan op de hoogte gehouden wilt worden, volg mij dan via twitter, link met mij via LinkedIn en/of schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Overgangsrecht

Voor werknemers die vóór 1 januari 2016 arbeidsongeschikt waren en onafgebroken arbeidsongeschikt blijven of herstellen, maar na een onderbreking van minder dan vier weken weer arbeidsongeschikt worden, blijft tot 1 juli 2016 de oude periode van loondoorbetaling tijdens ziekte gelden als de werknemer voor 1 juli 2016 AOW-gerechtigd is of wordt.

Vanaf 1 juli 2016 hebben deze werknemers nog gedurende dertien weken recht op loondoorbetaling tijdens ziekte.

Wel geldt ook dan weer dat als de periode van twee jaar (ervan uitgaand dat die periode niet is verlengd) eerder verstrijkt het recht op loondoorbetaling tijdens ziekte eindigt met ingang van het moment dat die periode verstrijkt.

Ook geldt dan weer dat het recht op loondoorbetaling tijdens ziekte eerder eindigt als de arbeidsovereenkomst eerder eindigt.

Arbeidsrecht advocaat Rotterdam

Wil je persoonlijke hulp? Zoek je een arbeidsrecht advocaat in Rotterdam? Gebruik onze handige checklist wie is de beste arbeidsrecht advocaat in Rotterdam voor jou. Als ik de beste arbeidsrecht advocaat ben voor jou bel me dan voor een gratis intake gesprek op 010-2600088 of laat mij jou bellen voor een gratis intake gesprek.

Eerste voorbeeld loondoorbetaling per 1 januari 2016

Een werknemer was op 1 januari 2016 reeds AOW-gerechtigd. Op dat moment en ook in de periode van vier weken daaraan voorafgaand was deze werknemer niet arbeidsongeschikt. Deze werknemer wordt op 23 maart 2016 arbeidsongeschikt.

Omdat de arbeidsongeschiktheid ontstaat na 1 januari 2016 is het overgangsrecht niet van toepassing. De wet Werken na de AOW-gerechtigde leeftijd heeft voor deze werknemer dus onmiddellijke werking.

Dit brengt mee dat deze arbeidsongeschikte AOW-gerechtigde werknemer recht heeft op loondoorbetaling tijdens ziekte voor een periode van dertien weken vanaf 23 maart 2016. Als geen herstel plaatsvindt, betekent dit dat de loondoorbetaling tijdens ziekte eindigt dertien weken na 23 maart 2016.

Als wel herstel plaatsvindt, maar vervolgens weer arbeidsongeschiktheid ontstaat, wordt de periode van loondoorbetaling tijdens ziekte verlengd met het aantal dagen dat de werknemer hersteld is geweest als de periode van herstel minder dan vier weken was.

Als de periode van herstel vier weken of langer heeft geduurd, gaat bij arbeidsongeschiktheid een nieuwe periode van dertien weken lopen.

Tweede voorbeeld loondoorbetaling per 1 januari 2016

Een werknemer was op 1 januari 2016 reeds AOW-gerechtigd. Deze werknemer was op 1 januari 2016 al 22 maanden arbeidsongeschikt. Er is geen sprake van een situatie waarin de duur van de loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte van twee jaar is verlengd.

Omdat de arbeidsongeschiktheid is ontstaan voorafgaand aan 1 januari 2016 is het overgangsrecht van toepassing. In principe zou deze werknemer dus tot dertien weken na 1 juli 2016 recht hebben op loondoorbetaling tijdens ziekte.

Echter, de wet Werken na de AOW-gerechtigde leeftijd brengt geen verandering in hetgeen vóór 1 januari 2016 gold ten aanzien van de duur van de loondoorbetalingsverplichting, welke duur toen (zonder verlenging) twee jaar bedroeg.

Nu de periode van twee jaar eerder verstrijkt, eindigt het recht op loondoorbetaling tijdens ziekte na het verstrijken van deze periode van twee jaar.

Uitgangspunt hierbij is dat voorafgaand aan het verstrijken van de periode van twee jaar geen herstel plaatsvindt. Als wel voorafgaand aan het verstrijken van de periode van twee jaar herstel plaatsvindt, maar vervolgens weer arbeidsongeschiktheid ontstaat, is het afhankelijk van de duur van het herstel wat geldt ten aanzien van de loondoorbetaling tijdens ziekte.

Als het herstel minder dan vier weken duurt dan wordt de periode van loondoorbetaling tijdens ziekte verlengd met het aantal dagen dat de werknemer is hersteld. Dit is bijvoorbeeld het geval als herstel plaatsvindt met ingang van 8 januari 2016 en wederom arbeidsongeschiktheid ontstaat per 1 februari 2016.

Als geen herstel zou hebben plaatsgevonden, zou de periode van twee jaar zijn verstreken omstreeks 1 maart 2016.Op 1 januari 2016 was immers sprake van 22 maanden arbeidsongeschiktheid. Na twee jaar (om precies te zijn 104 weken) stopt de loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte.

Zonder herstel zou de periode van twee jaar, ofwel 104 weken, dus omstreeks 1 maart 2016 zijn verstreken. Doordat gedurende de periode van 8 januari 2016 tot 1 februari 2016 sprake is van herstel, telt die periode niet mee bij het bepalen van de periode van twee jaar.

De periode van loondoorbetaling tijdens ziekte wordt daarom verlengd met de periode van arbeidsgeschiktheid van 8 januari 2016 tot 1 februari 2016, waardoor de loondoorbetalingsverplichting later eindigt dan 1 maart 2016.

Als de periode van herstel vier weken of langer heeft geduurd, gaat bij arbeidsongeschiktheid een nieuwe periode van dertien weken lopen. Doordat het herstel dan minimaal vier weken heeft geduurd, is het overgangsrecht echter niet langer van toepassing.

De periode van dertien weken eindigt dan ook dertien weken na het moment waarop wederom arbeidsongeschiktheid is ontstaan. Dit is bijvoorbeeld het geval als herstel plaatsvindt met ingang van 15 januari 2016 en wederom arbeidsongeschiktheid ontstaat per 5 maart 2016. Er gaat dan vanaf 5 maart 2016 een nieuwe periode van dertien weken lopen. Als niet opnieuw herstel plaatsvindt, eindigt die periode dertien weken na 5 maart 2016.

Derde voorbeeld loondoorbetaling per 1 januari 2016

Een werknemer was op 1 januari 2016 nog niet AOW-gerechtigd. Deze werknemer was op 1 januari 2016 al wel 21 maanden arbeidsongeschikt. De werknemer wordt op 22 februari 2016 AOW-gerechtigd.

Er is geen sprake van een situatie waarin de duur van het recht op loondoorbetaling tijdens ziekte van twee jaar is verlengd. Omdat de arbeidsongeschiktheid is ontstaan voorafgaand aan 1 januari 2016 is het overgangsrecht van toepassing.

In principe zou deze werknemer dus tot dertien weken na 1 juli 2016 recht hebben op loondoorbetaling tijdens ziekte. Echter, de wet Werken na de AOW-gerechtigde leeftijd brengt geen verandering in hetgeen vóór 1 januari 2016 gold ten aanzien van de duur van het recht op loondoorbetaling tijdens ziekte, welke duur toen (zonder verlenging) twee jaar bedroeg.

Nu de periode van twee jaar eerder verstrijkt, eindigt het recht op loondoorbetaling tijdens ziekte na het verstrijken van deze periode van twee jaar.

Uitgangspunt hierbij is dat voorafgaand aan het verstrijken van de periode van twee jaar geen herstel plaatsvindt. Als wel voorafgaand aan het verstrijken van de periode van twee jaar herstel plaatsvindt, maar vervolgens weer arbeidsongeschiktheid ontstaat, is het afhankelijk van de duur van het herstel wat geldt ten aanzien van de loondoorbetaling tijdens ziekte.

Als het herstel minder dan vier weken duurt dan wordt de periode van loondoorbetaling tijdens ziekte verlengd met het aantal dagen dat de werknemer is hersteld. Als de periode van herstel vier weken of langer heeft geduurd, gaat bij arbeidsongeschiktheid een nieuwe periode van dertien weken lopen.

Doordat het herstel dan minimaal vier weken heeft geduurd, is het overgangsrecht niet langer van toepassing. De periode van dertien weken eindigt dan ook dertien weken na het moment waarop wederom arbeidsongeschiktheid is ontstaan.

Vierde voorbeeld loondoorbetaling per 1 januari 2016

Een werknemer was op 1 januari 2016 nog niet AOW-gerechtigd. Deze werknemer was op 1 januari 2016 al wel 4 maanden arbeidsongeschikt. De werknemer herstelt met ingang van 3 februari 2016, maar wordt weer arbeidsongeschikt per 27 februari 2016. De werknemer wordt op 15 maart 2016 AOW-gerechtigd.

Omdat de arbeidsongeschiktheid is ontstaan voorafgaand aan 1 januari 2016 is het overgangsrecht van toepassing. Nu de werknemer wel herstelt, maar binnen vier werken weer arbeidsongeschikt raakt, blijft het overgangsrecht van toepassing.

Het overgangsrecht geeft de werknemer recht op loondoorbetaling tijdens ziekte tot dertien weken na 1 juli 2016. Omdat de periode van twee jaar niet eerder verstrijkt, eindigt het recht op loondoorbetaling tijdens ziekte dertien weken na 1 juli 2016.

Uitgangspunt hierbij is wel dat voorafgaand daaraan niet nogmaals een herstel plaatsvindt. Als wel nogmaals herstel plaatsvindt, maar vervolgens weer arbeidsongeschiktheid ontstaat, is het afhankelijk van het moment waarop het herstel plaatsvindt en de duur van het herstel wat geldt ten aanzien van de loondoorbetaling tijdens ziekte.

Als het herstel minder dan vier weken duurt en volledig valt vóór 1 juli 2016 dan heeft dit geen invloed op de duur van de loondoorbetaling tijdens ziekte. Ook dan eindigt de plicht tot loondoorbetaling tijdens ziekte dertien weken na 1 juli 2016.

Dit is bijvoorbeeld het geval als herstel plaatsvindt met ingang van 28 april 2016 en wederom arbeidsongeschiktheid ontstaat per 13 mei 2016.

Als het herstel minder dan vier weken duurt en volledig valt na 1 juli 2016 dan wordt de periode van loondoorbetaling tijdens ziekte vanaf 1 juli 2016 verlengd met het aantal dagen dat de werknemer is hersteld.

Dit is bijvoorbeeld het geval als herstel plaatsvindt met ingang van 17 juli 2016 en wederom arbeidsongeschiktheid ontstaat per 5 augustus 2016. In dat geval wordt de periode waarin recht bestaat op loondoorbetaling tijdens ziekte verlengd met de volledige periode van herstel.

Als het herstel minder dan vier weken duurt en deels valt vóór 1 juli 2016 en deels na 1 juli 2016 dan wordt de periode van loondoorbetaling tijdens ziekte na 1 juli 2016 verlengd met het aantal dagen dat de werknemer is hersteld vanaf 1 juli 2016.

Dit is bijvoorbeeld het geval als herstel plaatsvindt met ingang 22 juni 2016 en wederom arbeidsongeschiktheid ontstaat per 7 juli 2016. In dat geval wordt de periode waarin recht bestaat op loondoorbetaling tijdens ziekte verlengd met de herstelperiode van 1 tot 7 juli 2016.

Als de periode van herstel vier weken of langer heeft geduurd, gaat bij arbeidsongeschiktheid een nieuwe periode van dertien weken lopen.

Als de periode van herstel van vier weken of langer eerder valt dan 1 juli 2016 kan dit betekenen dat de periode waarin recht bestaat op loondoorbetaling tijdens ziekte eerder eindigt dan dertien weken na 1 juli 2016.

Dit is bijvoorbeeld het geval als herstel plaatsvindt met ingang van 3 maart 2016 en wederom arbeidsongeschiktheid ontstaat per 8 juni 2016. Doordat het herstel dan minimaal vier weken heeft geduurd, is het overgangsrecht niet langer van toepassing.

Er gaat dan vanaf 8 juni 2016 een nieuwe periode van dertien weken lopen. Als niet opnieuw herstel plaatsvindt, eindigt die periode dertien weken na 8 juni 2016 ofwel eerder dan dertien weken na 1 juli 2016.

Vijfde voorbeeld loondoorbetaling per 1 januari 2016

Een werknemer was op 1 januari 2016 nog niet AOW-gerechtigd. Deze werknemer was op 1 januari 2016 al wel 3 maanden arbeidsongeschikt. De werknemer wordt op 3 februari 2016 AOW-gerechtigd. De werknemer herstelt met ingang van 15 maart 2016, maar wordt weer arbeidsongeschikt per 12 mei 2016.

Omdat de arbeidsongeschiktheid is ontstaan voorafgaand aan 1 januari 2016 is in eerste instantie het overgangsrecht van toepassing. Echter, omdat de werknemer herstelt en eerst na een langere periode dan vier weken weer arbeidsongeschikt raakt, is het overgangsrecht vanaf 12 mei 2016 niet langer van toepassing.

De werknemer heeft vanaf 12 mei 2016 recht op loondoorbetaling tijdens ziekte voor een periode van dertien weken.

Uitgangspunt hierbij is dat voorafgaand daaraan niet weer herstel plaatsvindt.

Als wel nogmaals herstel plaatsvindt, maar vervolgens weer arbeidsongeschiktheid ontstaat, is het afhankelijk van de duur van het herstel wat geldt ten aanzien van de loondoorbetaling tijdens ziekte.

Als het herstel minder dan vier weken duurt dan wordt de periode van loondoorbetaling tijdens ziekte verlengd met het aantal dagen dat de werknemer is hersteld.

Als de periode van herstel vier weken of langer heeft geduurd, gaat bij arbeidsongeschiktheid een nieuwe periode van dertien weken lopen.

Zesde voorbeeld loondoorbetaling per 1 januari 2016

Een werknemer was op 1 januari 2016 nog niet AOW-gerechtigd. Op dat moment en ook in de periode van vier weken daarvoor was deze werknemer niet arbeidsongeschikt. Deze werknemer wordt op 18 maart 2016 arbeidsongeschikt. De werknemer wordt op 29 april 2016 AOW-gerechtigd.

Omdat de arbeidsongeschiktheid ontstaat na 1 januari 2016 is het overgangsrecht niet van toepassing. De wet Werken na de AOW-gerechtigde leeftijd heeft voor deze werknemer dus onmiddellijke werking.

Dit brengt mee dat deze arbeidsongeschikte AOW-gerechtigde werknemer recht heeft op loondoorbetaling tijdens ziekte voor een periode van dertien weken vanaf 29 april 2016.

Als geen herstel plaatsvindt, betekent dit dat de loondoorbetaling tijdens ziekte eindigt dertien weken na 29 april 2016. Als wel herstel plaatsvindt, maar vervolgens weer arbeidsongeschiktheid ontstaat, wordt de periode verlengd met het aantal dagen dat de werknemer hersteld is geweest als de periode van herstel minder dan vier weken was.

Als de periode van herstel vier weken of langer heeft geduurd, gaat bij arbeidsongeschiktheid een nieuwe periode van dertien weken lopen.

Zevende voorbeeld loondoorbetaling per 1 januari 2016

Een werknemer was op 1 januari 2016 nog niet AOW-gerechtigd. Deze werknemer was op 1 januari 2016 niet arbeidsongeschikt. Wel was de werknemer van 15 november 2015 tot 22 december 2015 arbeidsongeschikt. In de periode van vier weken voorafgaand aan 15 november 2015 was deze werknemer niet arbeidsongeschikt. De werknemer wordt op 7 januari 2016 weer arbeidsongeschikt. De werknemer wordt op 15 februari 2016 AOW-gerechtigd.

Ondanks dat de werknemer op 1 januari 2016 niet arbeidsongeschikt was, is het overgangsrecht van toepassing. Er was immers voorafgaand aan 1 januari 2016 sprake van arbeidsongeschiktheid, waarbij binnen een periode van vier weken na het herstel weer sprake is van arbeidsongeschiktheid.

Het overgangsrecht geeft de werknemer recht op loondoorbetaling tijdens ziekte tot dertien weken na 1 juli 2016. Omdat de periode van twee jaar niet eerder verstrijkt, eindigt de loondoorbetaling tijdens ziekte dertien weken na 1 juli 2016.

Uitgangspunt hierbij is wel dat niet nogmaals een herstel plaatsvindt.

Als wel nogmaals herstel plaatsvindt, maar vervolgens weer arbeidsongeschiktheid ontstaat, is het afhankelijk van het moment waarop het herstel plaatsvindt en de duur van het herstel wat geldt ten aanzien van de loondoorbetaling tijdens ziekte.

Als het herstel minder dan vier weken duurt en volledig valt vóór 1 juli 2016 dan heeft dit geen invloed op de duur van de loondoorbetaling tijdens ziekte. Ook dan eindigt de plicht tot loondoorbetaling tijdens ziekte dertien weken na 1 juli 2016.

Dit is bijvoorbeeld het geval als herstel plaatsvindt met ingang van 25 april 2016 en wederom arbeidsongeschiktheid ontstaat per 5 mei 2016.

Als het herstel minder dan vier weken duurt en volledig valt na 1 juli 2016 dan wordt de periode van dertien weken vanaf 1 juli 2016 verlengd met het aantal dagen dat de werknemer is hersteld.

Dit is bijvoorbeeld het geval als herstel plaatsvindt met ingang van 18 augustus 2016 en wederom arbeidsongeschiktheid ontstaat per 5 september 2016. In dat geval wordt de periode waarin recht bestaat op loondoorbetaling tijdens ziekte verlengd met de volledige periode van herstel.

Als het herstel minder dan vier weken duurt en deels valt vóór 1 juli 2016 en deels na 1 juli 2016 dan wordt de periode van dertien weken na 1 juli 2016 verlengd met het aantal dagen dat de werknemer is hersteld vanaf 1 juli 2016.

Dit is bijvoorbeeld het geval als herstel plaatsvindt met ingang 27 juni 2016 en wederom arbeidsongeschiktheid ontstaat per 19 juli 2016. In dat geval wordt de periode waarin recht bestaat op loondoorbetaling tijdens ziekte verlengd met de herstelperiode van 1 tot 19 juli 2016.

Als de periode van herstel vier weken of langer heeft geduurd, gaat bij arbeidsongeschiktheid een nieuwe periode van dertien weken lopen.

Als de periode van herstel van vier weken of langer eerder valt dan 1 juli 2016 kan dit betekenen dat de periode waarin recht bestaat op loondoorbetaling tijdens ziekte eerder eindigt dan dertien weken na 1 juli 2016.

Dit is bijvoorbeeld het geval als herstel plaatsvindt met ingang van 2 februari 2016 en wederom arbeidsongeschiktheid ontstaat per 18 maart 2016. Doordat het herstel dan minimaal vier weken heeft geduurd, is het overgangsrecht niet langer van toepassing.

Er gaat dan vanaf 18 maart 2016 een nieuwe periode van dertien weken lopen. Als niet opnieuw herstel plaatsvindt, eindigt die periode dertien weken na 18 maart 2016 ofwel eerder dan dertien weken na 1 juli 2016.

Achtste voorbeeld loondoorbetaling per 1 januari 2016

Een werknemer was op 1 januari 2016 nog niet AOW-gerechtigd. Op dat moment en ook in de periode van vier weken daarvoor was deze werknemer niet arbeidsongeschikt. Deze werknemer wordt op 12 februari 2016 AOW-gerechtigd. De werknemer wordt op 4 april 2016 arbeidsongeschikt.

Omdat de arbeidsongeschiktheid ontstaat na 1 januari 2016 is het overgangsrecht niet van toepassing. De wet Werken na de AOW-gerechtigde leeftijd heeft voor deze werknemer dus onmiddellijke werking.

Dit brengt mee dat deze arbeidsongeschikte AOW-gerechtigde werknemer recht heeft op loondoorbetaling tijdens ziekte voor een periode van dertien weken vanaf 4 april 2016.

Als geen herstel plaatsvindt, betekent dit dat de loondoorbetaling tijdens ziekte eindigt dertien weken na 4 april 2016. Als wel herstel plaatsvindt, maar vervolgens weer arbeidsongeschiktheid ontstaat, wordt de periode van loondoorbetaling tijdens ziekte verlengd met het aantal dagen dat de werknemer hersteld is geweest als de periode van herstel minder dan vier weken was.

Als de periode van herstel vier weken of langer heeft geduurd, gaat bij arbeidsongeschiktheid een nieuwe periode van dertien weken lopen.

Negende voorbeeld loondoorbetaling per 1 januari 2016

Een werknemer was op 1 januari 2016 reeds AOW-gerechtigd. Deze werknemer was op 1 januari 2016 niet arbeidsongeschikt. Wel was de werknemer van 23 november 2015 tot 28 december 2015 arbeidsongeschikt. In de periode van vier weken voorafgaand aan 23 november 2015 was deze werknemer niet arbeidsongeschikt. De werknemer wordt op 15 januari 2016 weer arbeidsongeschikt.

Ondanks dat de werknemer op 1 januari 2016 niet arbeidsongeschikt was, is het overgangsrecht van toepassing. Er was immers voorafgaand aan 1 januari 2016 sprake van arbeidsongeschiktheid, waarbij binnen een periode van vier weken na het herstel weer sprake was van arbeidsongeschiktheid.

Het overgangsrecht geeft de werknemer recht op  loondoorbetaling tijdens ziekte tot dertien weken na 1 juli 2016. Omdat de periode van twee jaar niet eerder verstrijkt, eindigt de loondoorbetaling tijdens ziekte dertien weken na 1 juli 2016.

Uitgangspunt hierbij is wel dat voorafgaand aan het verstrijken van de periode van dertien weken niet nogmaals een herstel plaatsvindt.

Als wel nogmaals herstel plaatsvindt, maar vervolgens weer arbeidsongeschiktheid ontstaat, is het afhankelijk van het moment waarop het herstel plaatsvindt en de duur van het herstel wat geldt ten aanzien van de loondoorbetaling tijdens ziekte.

Als het herstel minder dan vier weken duurt en volledig valt vóór 1 juli 2016 dan heeft dit geen invloed op de loondoorbetaling tijdens ziekte.

Dit is bijvoorbeeld het geval als herstel plaatsvindt met ingang van 15 maart 2016 en wederom arbeidsongeschiktheid ontstaat per 23 april 2016.

Als het herstel minder dan vier weken duurt en volledig valt na 1 juli 2016 dan wordt de periode van loondoorbetaling tijdens ziekte vanaf 1 juli 2016 verlengd met het aantal dagen dat de werknemer is hersteld.

Dit is bijvoorbeeld het geval als herstel plaatsvindt met ingang van 8 augustus 2016 en wederom arbeidsongeschiktheid ontstaat per 1 september 2016.

In dat geval duurt de loondoorbetaling tijdens ziekte niet tot dertien weken na 1 juli 2016, maar langer. De periode van loondoorbetaling tijdens ziekte wordt immers verlengd met de volledige periode van herstel.

Als het herstel minder dan vier weken duurt en deels valt vóór 1 juli 2016 en deels na 1 juli 2016 dan wordt de periode van loondoorbetaling tijdens ziekte vanaf 1 juli 2016 verlengd met het aantal dagen dat de werknemer is hersteld vanaf 1 juli 2016.

Ook dan duurt de periode van loondoorbetaling tijdens ziekte dus niet tot dertien weken na 1 juli 2016, maar langer.

De periode van loondoorbetaling tijdens ziekte wordt dan echter niet verlengd met de volledige periode van herstel, maar een gedeelte daarvan, te weten het gedeelte vanaf 1 juli 2016.

Dit is bijvoorbeeld het geval als herstel plaatsvindt met ingang van 22 juni 2016 en wederom arbeidsongeschiktheid ontstaat per 12 juli 2016.

In dat geval duurt de periode van loondoorbetaling tijdens ziekte niet tot dertien weken na 1 juli 2016, maar wordt dit verlengd met de herstelperiode van 1 tot 12 juli 2016.

Als de periode van herstel vier weken of langer heeft geduurd, gaat bij arbeidsongeschiktheid een nieuwe periode van dertien weken lopen.

Als de periode van herstel van vier weken of langer eerder valt dan 1 juli 2016 kan dit betekenen dat de periode van loondoorbetaling eerder eindigt dan dertien weken na 1 juli 2016.

Dit is bijvoorbeeld het geval als herstel plaatsvindt met ingang van 2 maart 2016 en wederom arbeidsongeschiktheid ontstaat per 9 april 2016. Doordat het herstel dan minimaal vier weken heeft geduurd, is het overgangsrecht niet langer van toepassing.

Er gaat dan vanaf 9 april 2016 een nieuwe periode van dertien weken lopen. Als niet opnieuw herstel plaatsvindt, eindigt die periode dertien weken na 9 april 2016 ofwel eerder dan dertien weken na 1 juli 2016.

Arbeidsrecht advocaat Rotterdam

Wil je persoonlijke hulp? Zoek je een arbeidsrecht advocaat in Rotterdam? Gebruik onze handige checklist wie is de beste arbeidsrecht advocaat in Rotterdam voor jou. Als ik de beste arbeidsrecht advocaat ben voor jou bel me dan voor een gratis intake gesprek op 010-2600088 of laat mij jou bellen voor een gratis intake gesprek.

Vragen

Heb je naar aanleiding van bovenstaand artikel een algemene vraag die je graag kosteloos beantwoord zou willen zien, laat dit ons dan weten door middel van onderstaand formulier.

Mogelijk dat wij naar aanleiding van jouw verzoek extra informatie kunnen toevoegen aan dit artikel of een geheel nieuw artikel kunnen toevoegen aan onze website, waarmee we zowel jou als andere bezoekers van onze website van dienst kunnen zijn.

Over de schrijver
Ilma van Aalst is begin 2000 begonnen als advocaat arbeidsrecht en dus ruim 22 jaar werkzaam als advocaat arbeidsrecht. Eerst is Ilma ruim tien jaar werkzaam geweest als advocaat arbeidsrecht bij Poelmann van den Broek in Nijmegen en Eversheds Sutherland in Rotterdam. In 2010 heeft Ilma advocatenkantoor arbeidsrecht 7 Laws of Persuasion opgericht. Ilma is sinds 2007 lid van de Vereniging Arbeidsrecht Advocaten Nederland (VAAN), de vereniging die van de Nederlandse Orde van Advocaten het keurmerklogo voor arbeidsrechtspecialisten heeft ontvangen. Sinds begin 2016 is zij een door de VAAN erkende intervisie gespreksleider. Daarnaast is zij lid van de Vereniging Rotterdamse Arbeidsrecht Advocaten. Naast haar werkzaamheden als advocaat arbeidsrecht verricht Ilma sinds 2008 ook werkzaamheden als docent arbeidsrecht.